In onze slaapkamer staan vier bedden, een commode, een boekenkast en een kledingkast. We wonen klein en slapen allemaal op één kamer.
’s Avonds voor ik ga slapen, luister ik naar de adem van vier levende wezens om me heen, elke dag weer.
Ik hou van de avond en de nacht. Als iedereen slaapt, voelt het alsof ik de wacht houd. Dan heb ik tijd om even piano te spelen of een boek te lezen.
Onlangs sloot ik mijn ogen in de harmonie van ademhalingen, toen mijn zoontje onrustig werd.
‘Heitie!’
‘Heitie!’
Even wachtte ik, hopend dat het vanzelf zou verdwijnen.
‘Heitie!’
Zijn roep klonk steeds dringender. Ik stond op, knielde naast zijn bed en maakte contact. Hij was wakker geworden van een nare droom.
Ik wilde hem eerst aansporen weer lekker te gaan liggen, maar bedacht me.
‘Wolst wat drinke?’
Dat wilde hij wel.
Samen waggelden we naar de woonkamer. Ik zette hem aan tafel en gaf hem een beker water. Buiten schenen de lantaarnpalen; in enkele ramen van de flat tegenover ons brandde nog licht.
Zachtjes zette ik een wals van Chopin op mijn telefoon aan en nam de kleine jongen op mijn arm.
We draaiden rond in pirouettes, dansend in het donker, onze blikken verstrengeld. Na een tijdje legde hij zijn hoofd op mijn schouder en viel weer in slaap. Ik danste nog even door en liep vervolgens naar zijn bedje. Gaf hem een kus op zijn wang en kroop naast mijn vrouw.
Iedereen ademde rustig. Ik luisterde en was gelukkig. Fijn om klein te wonen.
Wil je als eerste mijn blogjes lezen? Schrijf hieronder je mailadres. Dan krijg je ze in je mail. Reacties zijn altijd leuk om te ontvangen.


Plaats een reactie