Mijn dochter mag sinds de geboorte van haar zusje voorin de auto zitten, op een stoelverhoger. Haar nieuwe post leidt echter tot stevig gekibbel tussen haar en mij.
Mevrouw heeft namelijk iets nieuws geleerd; automerken. Van alle voorbijrijdende auto’s benoemt ze steevast het merk. Daarbij vertelt ze regelmatig wie van haar vriendjes en vriendinnetjes op school in welke auto rijdt.
Ik heb niets met auto’s. Dat wil zeggen; ik had niets met auto’s. Mijn zoon praat louter over auto’s en bussen en heeft dat virus in de familie gebracht. Geen idee waar het vandaan komt, maar het leeft.
Door mijn neutrale houding ten opzichte van auto’s en mijn afkeer van decadentie heb ik een hele oude Volvo V70. Een oude, want niet decadent. Een Volvo want degelijk en Zweeds.
Welnu, mijn dochter heeft zo haar eigen eisen als het gaat om een auto. En ze vindt onze auto ‘zonder scherm’ maar niks. Ze wil een scherm en het liefst een grote. Een vriendinnetje van haar heeft zelfs een Tesla. En daar zit wel zo’n joekel van een scherm in. Ik kon haar bij het uit de doeken doen van haar observatie bijna betrappen op slijm in haar mondhoeken.
Enfin, ik ben de minste niet. Dus onlangs, toen we bij een bezoekje aan Stockholm in het midden van de stad een Tesla winkel voorbij liepen, wij naar binnen. Nou daar zag madame haar ogen uit. Niet het design of de fancy openingswijze maakten indruk, maar een scherm vóórin en — let op! — ook achterin de auto. Daarop kunnen kinderen spelletjes doen.
Nu was ze verkocht. Ik moest ook een Tesla kopen.
Dus ik kom met een tegenoffensief. Wij naar de Volvo-dealer. Hand in hand met een grijns op mijn gezicht, naar de nieuwe modellen. Ik loop in een linea recta naar de autoverkoper en zeg: “de mooiste en duurste Volvo die je hebt. “
Hij kijkt me vol hoop aan en begeleidt mij en mijn dochter naar een luxe XC90. Degelijk. Robuust. Tikkeltje decadent, geef ik toe, maar hé, gezin met drie kinderen, deze vader moet wat. Bovendien kan ik deze auto helemaal niet betalen, het gaat me om het principe!
Ik zie aan haar gezicht dat ze nog niet overtuigd is. Dus ik zet een nieuwe troefkaart in; proefrit. Wij rijden. Muziek gekoppeld (Natalie Layne, dikke tip!). Zonnebril op. Glijden over de weg.
Na een tijdje rijden rond Uppsala en mijzelf in bedwang te houden om niet naar Noord Norrland te rijden komen we terug in de garage.
“En? Wat vind je? Mooi hè?’ Ik geef bijna licht.
Ze schudt haar hoofd; geen scherm achterin.
Zucht


Plaats een reactie