De zon was opgekomen en spiegelde in het water. De zwanenbloemen en de waterlelies kleurden fel, alsof ze overgeschilderd waren. Eend zwom sneller dan hij gewoonlijk deed en at gretig van het kroos. Hij dook een paar keer onder. En toen hij na de tweede keer bovenkwam, zwom daar — als in een flits — Waterhoen tussen de waterlelies. In de ochtendzon leek haar kleurrijke snavel zelf een bloem, feller dan de rest.
“Wat een prachtige lelies, vind je niet?” begon Waterhoen. “Hun witte bladeren kleuren perfect bij mijn snavel.”
Het werd even stil.
“Straks komt Meerkoet ook met zijn vrienden om me te bewonderen,” zei Waterhoen, de stilte doorbrekend.
Eend keek naar het gele stipje op haar snavel, dat wonderlijk goed met de plompen in de vijver kleurde.
“Ze staan er mooi bij dit jaar. Net als de gele plompen trouwens,” zei hij.
“Gisteren straalde ik bij de vijver van de Nijlgans, tot Zwaan zich kwam laten zien. Je begrijpt: het was verloren moeite. Dus vandaag ben ik hier. Jij verwacht geen Zwaan hier vandaag, toch?”
“Ik heb niemand uitgenodigd,” zei Eend droog.
Waterhoen draaide haar kop om en keek met haar linkeroog in het water. Ze glimlachte naar haar spiegelbeeld.
“Blij dat ik geen meerkoet ben,” dacht ze, en bewonderde haar felrode snavel.
Een zuchtje wind schoof onder haar witte achterveren en tilde ze even op, alsof ze zonder het te merken lichtjes met haar kont wenkte.
Eend voelde de zon warmer worden en kreeg behoefte om zich onder te dompelen om zich te koelen. In plaats daarvan peddelde hij voorbij Meerkoet om een eindje naast haar in de schaduw te gaan zitten onder de kastanjeboom. De zon schitterde op het water. Een blauwe juffer nam plaats op het blad van de waterlelie. Eend keek naar de juffer, die haar vleugels strak tegen haar lange lijfje legde. Vervolgens keek hij naar zichzelf in het water. Zijn spiegelbeeld verbaasde hem. Hij zag een eend — maar niet zichzelf. Net toen hij iets wilde zeggen tegen de vreemdeling, klonk Waterhoens stem.
“Blauwe juffers trekken aandacht omdat ze zo zeldzaam zijn,” zei ze zonder opzij te kijken. Ze had gemerkt dat Eend niet naar haar keek.
“Er zijn hier bijna altijd juffers,” zei Eend nuchter. Weer was het stil.
“Meerkoet komt vast snel met zijn vrienden,” vervolgde Waterhoen ongeduldig.
“Vast en zeker,” antwoordde Eend gelaten.
Eend keek opzij naar Waterhoen. Ze keek telkens schuin om haarzelf te bewonderen in haar spiegelbeeld. Hij vond dat ze er mooi uitzag. Hoewel hij niet op waterhoenen viel, kon ook hij zien dat ze een prachtig exemplaar was. Een bij zoemde voorbij en landde op de bloem van een wilgenroosje aan de overkant van de sloot. Even keek Eend ernaar.
“Weet jij wat een kluts is?” vroeg Eend zonder haar aan te kijken.
“Een kluts,” zei Waterhoen peinzend. “Het klinkt als een gevoel.”
“Een gevoel?” vroeg Eend.
“Ja, een gevoel dat je hebt als…” Waterhoen dacht even na. “Als niemand ooit naar je kijkt.”
Eend dacht even na.
“Heb jij dat gevoel wel eens?” vroeg Eend, alsof hij zich afvroeg of ze het herkende.
“Iedereen wordt toch bekeken?” zei ze verbaasd. De blauwe juffer vloog weg van het waterlelieblad en verdween tussen de wilgenroosjes.
“Ik niet altijd,” zei Eend.
“En voel je je dan kluts?” vroeg Waterhoen nieuwsgierig.
“Geen idee,” antwoordde Eend. “Het voelt wel rustig om niet gezien te worden.” Hij draaide zijn kop scheef en zag zijn gele snavel en groene kop weerspiegeld in het water. Plotseling klonk er wild gespetter achter hem. Meerkoet arriveerde met een theatrale zwaai in het water.
“Goedendag, meneer de Woerd, en uiteraard ook mevrouw de Waterhoen,” galmde hij.
“Hoe maakt u het, deze zomerse morgen? De libellen glinsteren als juweeltjes om u heen, mevrouw — het is u weer gegund!”
Eend, die nog geen libelle gezien had deze morgen, keek naar Meerkoet, die met een sierlijk gebaar een veer op zijn borst gladstreek.
“Mevrouw Waterhoen,” sprak Meerkoet,
“Het is mij een eer u aan te treffen te midden van zulk bloeiend schoon.”
Waterhoen richtte haar staartveren en gleed sierlijk over het water richting de waterlelies. Haar felrode snavel kleurde in het licht.
“Waar zijn je vrienden?” vroeg ze luchtig, maar met scherpte in haar blik.
“Mijn vrienden… ach ja… Een enkeling meende een vleug Zwaan op te vangen. En toen…” Meerkoet wachtte even. “Toen waaide het hele clubje die kant op. Enfin. Geen getreur. Ík vertoef hier om de wonderen van uw schoonheid te aanschouwen.” Meerkoet keek hoopvol naar Waterhoen.
“Dat betekent dus dat er maar één iemand naar mij komt kijken vandaag?” zei Waterhoen ontevreden.
Eend voelde zich onzichtbaar worden.
“Welnee, ook mijnheer de Woerd is thans hier. En de glans van uw schoonheid weerspiegelt in elk netvlies,” zei Meerkoet troostend.
Waterhoen wendde haar blik af en keek naar een dagpauwoog die rond de zwanenbloemen fladderde. Ook Eend zag de vlinder rondfladderen en genoot van haar kleuren. Moeiteloos eiste het dier alle aandacht op.
“Waar zullen wij neerstrijken, alvorens u aanvangt met poseren?” zei Meerkoet, die met enig gespetter naar de kant zwom om zo de aandacht terug te brengen.
Eend tuurde nog steeds naar het gefladder van de dagpauwoog, die zich ondertussen in de richting van zijn korf begaf.
“Zoek me maar niet. Of wel.”
Opnieuw keek hij in het water. De eend in het water leek weer iets bekender. Maar nog altijd keek hij terug met een blik die hij zelf niet begreep. Hij besloot om op zoek te gaan naar Brandgans. Misschien kon hij hem helpen met zijn zoektocht naar de kluts. Ook al wist hij niet wat hij dan precies moest zoeken.
“Ik ga er maar eens vandoor,” zei Eend. Het was even stil.
“Ik ook,” zei Waterhoen. De zon verdween achter een dikke wolk. Waterhoens felrode snavel werd plotseling dof door de breking van het licht. Ze draaide zich, zonder nog iets te zeggen, om en verdween tussen het riet.
© 2025 Remco van der Leeuw. Alle rechten voorbehouden. De Kluts is een werk in ontwikkeling. Deze schrijfstudie kent twee sporen: het ontwikkelen van levensechte karakters én het laten meeklinken van Bubers filosofie dat werkelijk leven ontmoeting is: “Alles wirkliche Leben ist Begegnung.”
Wil je verder lezen? Dat kan! Elke zaterdag publiceer ik een nieuw hoofdstuk.
Voor hoofdstuk 1 klik hier.
Schrijf hieronder je mailadres dan ontvang je alles wat ik schrijf bij publicatie in je mailbox.


Plaats een reactie