Een paar keer per jaar heb ik dezelfde nachtmerrie. De ingrediënten voor de droom: zwarte vingers, hagelbuien, karig loon, een krakkemikkige fiets en smalle steegjes. Met kloppend hart en het zweet op mijn voorhoofd schiet ik overeind. Dan dringt het langzaam door: je bent ze niet vergeten, Remco. Je hoeft ze niet meer te bezorgen.
Sommige mensen zouden het een jeugdtrauma noemen. Ik noem het karakteropbouw. Elke dag, na school, vermande ik mezelf en fietste naar het depot. Mijn fiets knalde ik tegen de schutting, waarna ik uit een klein houten hok een loodzwaar pak kranten bevrijdde. Zorgvuldig propte ik ze in mijn Leeuwarder Courant-fietstassen. Links, omdat ik daar afstapte. Het fietste voor geen meter.
Daarna begon de route. Eerst een kwartier trappen naar de wijk, waar ik elke voordeur en elke bewoner kende. De oude vrouw die altijd zwaaide vanuit haar stoel op nummer 11. Nummer 9, waar de televisie onafgebroken op SBS6 stond. Nummer 14. Altijd dezelfde puzzel.
In de herfst moest ik bij nummer 38 mijn hoofd intrekken voor het spinnenweb. In de winter was het oppassen geblazen bij de slecht onderhouden oprit van nummer 16: spiegelglad. Maar de geur uit de keuken maakte alles goed — er stond daar altijd iets warms te pruttelen. Wanneer ik aan de late kant was, trok de norse man van nummer 51 de krant steevast via de brievenbus uit mijn hand. Hij stond daar duidelijk al een tijdje te wachten. Soms gromde hij ontevreden.
Als krantenbezorger weet je precies wanneer je te laat bent. Mensen met weinig talent voor het leven laten je dat voelen. Soms verbaal, meestal non-verbaal. Het zijn dezelfde mensen die een pamflet op hun deur hebben gespijkerd met vijf alinea’s vol verboden en bezwaren. Geen reclame. Geen aanbiedingen. Geen Jehova’s. Geen honden.
Maar er zijn altijd mensen met veel talent voor het leven. De geur van seringen komt je tegemoet in de zomer en het gras staat een beetje hoger dan bij de perfect aangeharkte tuintjes. Het zijn de mensen die je begroeten en een praatje maken. Die kinderen in de buurt stiekem een snoepje toestoppen als mama niet kijkt. Mensen die niet hun principes maar hun hart laten spreken.
In mijn nachtmerries blijf ik steken, met die loodzware tassen, zonder ooit een krant te bezorgen. In mijn herinneringen zie ik mensen die míj iets bezorgden: een verhaal, een glimlach, of de geur van stoofvlees. Daar leerde ik een liefde voor mensen en hun eigenaardigheden die nooit meer verdwijnt. Lang leve de slechtbetaalde bijbaan.


Plaats een reactie