De Tsjechische theoloog Tomáš Halík schrijft dat hij het met een atheïst eens kan zijn wanneer die zegt: “God is er niet” – met één voorbehoud: God is hier nóg niet. Hij is niet hier, zoals de toekomst nog niet hier is, en toch leven we van die toekomst: onze hoop, onze plannen en onze verlangens richten zich erop. 1
Het is tweede advent en we verwachten kerst. Hoewel de straten, radio-programma’s en kerstbomen in huis ons wellicht anders doen vermoeden.
Het heeft iets ontroerend; we willen de kerst zó graag, dat we er alles aan doen om haar dichterbij te halen. De guurheid, kilheid, donkerte; we willen haar niet zien. Het liefst overstemmen we haar met lichtjes, cadeautjes en lekker eten. Liever geen confrontatie met het duister.
Voor iemand die uit het volle licht komt duurt het even om de ogen te laten wennen aan het duister. Pas na een tijdje ontwaart men contouren. Dit noemen biologen donkeradaptatie.
Misschien zijn wij zo druk met het licht, dat we niet meer toekomen aan die adaptatie aan het donker. Liever houden we het lijden op afstand: onze kleding wordt gemaakt op plekken waar de arbeidsomstandigheden ver weg zijn van ons dagelijks bewustzijn. Dieren worden geslacht, ver buiten beeld van ons bord. Voor armen hebben we regelingen en formulieren – maar geen gezicht en geen naam. Het licht dat wij maken, kan ons verblinden voor de schaduwkant.
Advent stelt ons een vraag: durf jij goed te kijken en je ogen te laten wennen aan het donker? Durf jij te kijken waar het licht echt nodig is?
Met advent is Jezus er niet. Zoals de toekomst nog niet hier is. Evenzo zijn je plannen er nog niet. Je goede voornemens, je onuitgewerkte ideeën. Ze bestaan niet. Nog niet. Ze zijn een teken van hoop die haar ‘biosfeer’ vindt in de toekomst.
Wie advent gebruikt om zijn of haar ogen te laten wennen aan het donker, krijgt misschien andere voornemens, andere verlangens. Verlangens die passen bij Hem die de echte donkerte in de ogen aankeek. Die de donkerte inkeek om daar het licht te ontsteken – in de vorm van een kind in de kribbe. Om haar te ontdoen van haar duister.
Waar steek jij het tweede adventslicht aan?
- Voor de liefhebber hier een prachtig citaat:
Als een atheïst zegt: ‘God is er niet’, God is hier niet (there is no God), dan kan ik het onder één enkel groot voorbehoud met hem eens zijn: Hij is hier nog niet. Hij is niet hier, zoals de toekomst hier niet is. Hij is hier echter al wel op de manier waarop onze toekomst er al ‘is’. We zien haar niet, we kennen haar niet, we hebben de regie er niet over. Toch zijn wij er existentieel afhankelijk van – zonder toekomst zijn betekent eigenlijk: er niet meer zijn, dood zijn. Onbewust houden we daar tenminste altijd rekening mee en we verwijzen er voortdurend naar met onze hoop of vrees, met onze verlangens, plannen en zorgen, met onze passie of angst. De hoop is gericht op de toekomst. Dat is de context waarin deze het best tot zijn recht komt, zijn ‘biosfeer’. Daardoor ook bevrijdt de hoop ons van de last van het verleden. Zelfs de vergeving van schuld is een daad van hoop, een geschenk en een begin van hoop. De hoop bevrijdt ons ook van de angst en het verdriet over de vluchtigheid en vergankelijkheid van het heden.
Bron:
Tomáš Halík, Niet zonder hoop. Religieuze crisis als kans (Kok Uitgeverijen), p. 15. ↩︎


Plaats een reactie