‘En wannear giest no ris oan it wurk?’
Beppe zat voorovergebogen in haar stoel, handen gevouwen. Het rook er muf door het tapijt. De koffietafel was gedekt als altijd, versierd met dezelfde chocolaatjes. Haar ogen zochten de mijne — warm, maar met een vleug argwaan.
Ik vertelde dat ik naast mijn studie Europese talen en culturen ook een minor filosofie volgde. Ze knikte beleefd, maar haar blik dreef weg. Voor haar was studeren iets voor een goede baan. Bildung was niet meer dan een vreemd Duits woord. Steevast stelde ze dezelfde vragen: ‘Hoe lang nog? Wat word je straks? Gaat het goed?’
Thuis geen filosofie
Tijdens mijn talenstudie praatte ik liever over filosofie. Daar ging een wereld voor me open — ideeën over werkelijkheid, politiek, existentie. Alles voelde als water op droge aarde. Filosofie gaf woorden aan vragen die ik al jaren meedroeg. Het werd zo’n deel van mij dat ik nauwelijks nog ergens anders over sprak.
Toen ik eens bij mijn ouders langskwam, schonk mijn vader thee in.
‘Hoe is het, jongen?’ vroeg hij opgewekt.
‘Wat bedoelt heit? Hoe het lichamelijk gaat, waar ik over nadenk, wat me bezighoudt?’
Het schenkgeluid stokte. De theepot bleef even zweven boven het kopje, alsof hij een veilige plek zocht om neer te komen. Pas daarna schonk hij verder — voorzichtig, zonder te morsen. Zijn blik zei dat hij bang was dat ik langzaam gek werd. In onze familie gaat het verhaal over een arts die zó slim was dat hij gek werd van zijn eigen kennis. Hij zou teveel hebben nagedacht.
In mijn ouderlijk huis werd niet gesproken over filosofie, theologie of politiek. Politiek werd thuis vooral bedreven in de vorm van eindeloze discussies over wie de vaatwasser moest uitruimen.
De kloof op de universiteit
Op de universiteit voelde ik een kloof ten opzichte van medestudenten. Over sociale klassen kwamen cijfers en analyses voorbij, maar mijn groep leek onzichtbaar in de collegebank. Geld lenen leek voor iedereen vanzelfsprekend; ouders konden het risico wel opvangen. ‘Ach joh, ik leen wel wat extra,’ hoorde ik wel eens. Mijn ouders hadden me geleerd dat lenen niet zonder risico’s was en dat ze me niet konden helpen als ik te veel zou lenen. Daarom had ik bijbaantjes. Bovendien, het studentenleven begreep ik toch niet: ik zat van negen tot vijf in de bibliotheek, zoals mijn ouders op hun werk en ging dan naar huis.
Later begreep ik dat ik eigenlijk niet wist wat het was om student te zijn. Er waren genoeg feestjes, diners, netwerk-borrels en andere ontmoetingsmogelijkheden. Maar ik had geen idee wat het was, en wat ik ermee opschoot. ‘Bobo’s met mooie praatjes,’ aldus mijn kortzichtige oordeel.
Stockholm en het pak
Tijdens mijn uitwisseling in Stockholm werd ik als stagiair aangenomen bij de Handelskamer in het gebouw van de Ambassade. Daar werd ik iedere dag geconfronteerd met ‘die bobo’s‘ en werd duidelijk hoe weinig ik van die wereld begreep. Ik verscheen daar telkens in een oude jas, met sluik haar. Als student had ik geen geld voor meer dan één pak — dat droeg ik al bij mijn sollicitatie. En de kapper was te duur.
Na een aantal weken belde mijn sollicitatiebegeleider me op. ‘Je bent zo’n knappe jongen,’ zei hij vriendelijk, voorzichtig zoekend naar woorden.
‘Ja?’ Ik begon het gesprek een beetje eng te vinden en vroeg me af waar het heen zou gaan.
‘Maar misschien moet je wel wat betere kleding aandoen, zoals wat je droeg tijdens de sollicitatie.’
Nu pas begreep ik de hint. Ik kocht met lichte schaamte een pak, maar vertelde er wel bij dat ik zonder stagevergoeding moest lenen.
Lesgeven en ongelijkheid
Later werd ik bekwaam in dat pak en begreep ik dat je soms moet investeren. Statussymbolen zijn er soms niet voor niets en risico’s nemen hoort bij het leven. Misschien dat ik daarom wel leraar ben geworden, om de kloof voor sommige leerlingen wat kleiner te maken.
Ik merk dat in Nederland veel collega’s uit milieus komen waar kennis vanzelfsprekend waarde heeft. Als iemand moppert over de lage motivatie van slimme leerlingen, denk ik soms aan huizen waar andere waarden misschien belangrijker zijn. Onderwijs is niet altijd vanzelfsprekend. De blik op kennis en Bildung verschilt van deur tot deur — en dat vergeten we soms.
Wat studeren echt betekent
Steeds vaker wordt studeren gezien als economische investering voor een baan. Maar de echte waarde zit in wat het met je doet, wie je erdoor wordt. Dat moeten we blijven vertellen. Zodat toekomstige beppes, bij de koffie en de chocolaatjes, niet alleen vragen hoe lang het nog duurt, maar ook glimlachen en zeggen: ‘Wat mooi dat het jou zoveel gebracht heeft.’
Disclaimer
Dit korte essay is een persoonlijke terugblik, geschreven vanuit herinnering en gevoel. Sommige details zijn wat aangedikt voor de sfeer. Mijn opmerkingen en toenmalige studieritme bekijk ik nu met een glimlach.


Geef een reactie op Jan Durk de Jong Reactie annuleren