#4 de Kluts

Intermezzo
— Ik zoek de kluts voor mijn vriend.
— Ah, een zoeker. Zoeken we niet allemaal een kluts? Heb je je eigen kluts al gevonden?
— Eigen kluts? Wat is een kluts?
— Dat kan alleen jij weten.
— Maar ik weet het dus niet.
— Misschien moet je er dan naar op zoek gaan.
— Maar ik ben nu op zoek naar Brandgans’ kluts. En naar Brandgans.
— Hoe kun je Brandgans’ kluts nu herkennen als je die van jezelf niet meer voelt?


Stilte


— Gisteren keek ik in het water en herkende ik mezelf niet meer.
— Misschien wilde het water je iets zeggen dat je zelf nog niet wist. Wie zag je?
— Ik zag een vreemde eend.
— En? Durfde je te blijven kijken?
— Ik werd afgeleid.


Eend dacht aan Waterhoen.

— We worden allemaal afgeleid in onze zoektocht. Dat helpt ons vooruit.
— Ik heb nou niet het gevoel dat ik vooruitga.
— Welke richting is vooruit?
— De richting die me verder helpt. Denk ik.
— Hulp begint waar jij eindigt.
— Maar waar vind ik mezelf weer?
— Misschien wel in de ander.


einde intermezzo

Eend werd wakker in het weiland. Het gras was kort geleden gemaaid. Maar het had niet lang geduurd of de witte klaver en madeliefjes hadden hun plaats weer opgeëist. Eend dacht na over Kip. De kracht waarmee Kip op zoek was naar rechtvaardigheid had ook iets in hem aangeroerd. Alsof hij boven zichzelf uit kon stijgen. En toch voelde hij zich tekortschieten.
Hij streek met zijn snavel langs zijn vleugel, alsof hij wilde voelen of hij er nog was. Zijn gedachten dreven naar Haan. Haan leek hem te zien, al had hij geen idee wie Haan dan zag. Zijn tevredenheid schiep ruimte om gezien te worden. Was het waar wat hij tegen Waterhoen had gezegd — dat het rustig was om niet gezien te worden?

Vanuit zijn ooghoeken zag hij plotseling iets bewegen. Het was Reiger die in een vlotte beweging de stilte doorbrak toen hij uit het water een vis ving.
“Hoi Reiger, sta je hier al lang?”, vroeg Eend die steeds het idee had gehad dat hij alleen was.
Reiger stak zijn snavel hoog op en slikte de vis weg. Toen keek hij Eend aan alsof hij niet wist of hij antwoord moest geven of zich moest verontschuldigen. 

“Nee hoor,” zei hij met een trillende stem. “Heb je lekker geslapen?” vervolgde hij, zichzelf herpakkend.
Eend was even stil. 

“Wat zie jij als je me ziet?”, vroeg Eend alsof het een hele gewone vraag was.
Reiger stond met zijn kop scheef en keek in het water alsof hij elk moment weer een vis kon vangen. Achter hem streek een dikke hommel neer op het groot streepzaad dat hoger leek te staan dan voorgaande jaren. 

“Een eend?” zei Reiger, twijfelend of dit het juiste antwoord was.

Eend schudde zijn snavel alsof hij iets van zich af wilde schudden. 

Opnieuw werd het even stil.
“Heb je al veel gevangen?”, vroeg Eend ineens geïnteresseerd.

 “Twee voorntjes” antwoordde Reiger. 

Het zonlicht viel op zijn kop en zijn kuif lichtte op in blauw. Misschien was het gezichtsbedrog, maar het leek net of Reiger statiger ging staan. Zonder het te beseffen, had Eend een stapje naar voren gedaan. Niet om weg te gaan maar om vooruit te gaan. 

Uit het bos klonk weer het ritmisch gehamer van Specht.
“Heb je Brandgans’ kluts al gevonden?”, vroeg Reiger opeens.

“Nee,” zei Eend. “Maar ik geloof dat ik iets begin te herkennen.”
Het was even stil.

“Soms moet je stilzitten om de vis te zien,” zei Reiger opeens. “Zolang je maar in beweging komt als je hem scherp voor ogen hebt.”
Met een razendsnelle beweging duwde Reiger zijn lange snavel in het water, en greep een middelgrote snoek met zijn snavel. Hij hield het dier horizontaal in zijn snavel tot het niet langer bewoog. Toen legde hij het naast zich in het gras, keek er een tijdje naar en at het vervolgens met een verticale beweging in één hap op. Hij moest fier rechtop staan om het weg te laten zakken. Eend keek naar het gras waar het water nog natrilde en voelde zichzelf rechtop staan.

“Ik ga weer verder”, zei hij helder en liep in de richting van het bos. 

© 2025 Remco van der Leeuw. Alle rechten voorbehouden. De Kluts is een werk in ontwikkeling. Deze schrijfstudie kent twee sporen: het ontwikkelen van levensechte karakters én het laten meeklinken van Bubers filosofie dat werkelijk leven ontmoeting is: “Alles wirkliche Leben ist Begegnung.”

Wil je verder lezen? Dat kan! Elke zaterdag publiceer ik een nieuw hoofdstuk. 
Voor hoofdstuk 1 klik hier.
Voor hoofdstuk 2 klik hier.
Voor hoofdstuk 3 klik hier.

Posted In , ,

Eén reactie op “#4 de Kluts”

  1. raspberrysparkly8a64b7f633 Avatar
    raspberrysparkly8a64b7f633

    Voor wie doe je deze schrijfstudie Remco? Voor jezelf of is het een opdracht van iemand anders?

    Like

Plaats een reactie