Nederlanders, verenigt u! (in zoetzuur)

In het buitenland kent men Nederland om waterbeheer, fietsen, tulpen, grachten, softdrugs, DJ’s — en misschien om schaatsen. Maar in de canon van onze cultuur verdient vooral één wonder een ereplaats. Niet zozeer gemaakt als wel láten maken: de Nederlands-Chinese keuken. Maat het gaat slecht met de chinees, en dat is ernstig!

Zie het voor je: een zomerdag; zonwering omlaag; een plastic tuinset, stoelen met bloemetjeskussens. De tafel gedekt: plastic borden, houten bestek (overbodig, gezien de bijbestelde kroepoek). Uit de dunne — maar verrassend sterke — plastic tas komt het grijs-witte pakpapier tevoorschijn, strak om de witte bakjes gewikkeld. Jammer dat niemand er ooit een welverdiende strik om heeft gedaan.

Vrouwlief pakt goedkoop bier uit de koelkast; ik maak de cadeautjes open. Eerst: nasi in een wit bakje. Onder het deksel een gebakken ei, vastgekleefd aan het hamplakje eronder. Iedereen aast op het ei; het hamplakje dient als troostprijs. Het koude bier verschijnt op tafel.

Dan het bakje waar iedereen écht op wacht: in zoet-rode saus schittert het beste stuk vlees dat er is. Geroosterd, gebakken — babi pangang. Het ligt daar, als vanzelfsprekend middelpunt van de middag. De korst kraakt; de stoom ruikt naar ketjap met een vleug azijn; de saus glanst als lak.

De Nederlands-Chinese keuken smeert Nederland weer na een verloren pot van Oranje. Klassen vervagen; links en rechts schuiven aan. Ajam pangang voor koosjer en halal, gebakken banaan voor vegetarisch — en het is de enige keuken waarbij maltbier van Amstel níét naar zeep smaakt.

Dit is erfgoed op zijn best. Laat ons in bange dagen van polemiek, onbegrip en wantrouwen grijpen naar wat ons verbindt. Kom samen in restaurants waar muziek nog met vijf tonen wordt gespeeld, servetten tot bloemen worden gevouwen en kinderen vissen in een kom bewonderen.

Leve de Chinees!



Posted In ,

Plaats een reactie